Een belangrijke, wettelijke, taak van bedrijven is het beschermen van de gezondheid van medewerkers. Steeds meer bedrijven bieden ook zogenaamde vitaliteitsprogramma’s aan. Daarmee willen ze de gezondheid van medewerkers bevorderen door het geven van adviezen over gezond gedrag, stimuleren van bewegen, stoppen met roken.
Op zich niets mis mee. Maar uit onderzoek blijkt dat met de huidige programma’s de medewerkers met een laag inkomen, en praktische opleiding onvoldoende worden bereikt en de huidige programma’s geen bijdrage leveren aan het verkleinen van de gezondheidsverschillen.
Werk als aangrijpingspunt om de (volks)gezondheid te versterken is heel relevant. We denken dat de meest kansrijke richtingen zijn
- Het verder verbeteren van de gezondheidsbescherming. Niet alleen op fysiek gebied, maar ook op mentaal gebied. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de diensten van de Arbodienst en het Preventief Medisch Onderzoek en het PAGO. Maar als het preventief medisch onderzoek wordt ingezet, zal van tevoren goede afspraken gemaakt moeten worden over wat er met de uitkomsten gebeurt. Als uit het PMO blijkt dat mensen de stijl van leidinggeven niet positief waarderen, de nachtdiensten belastend vinden, moet met die uitkomsten wel wat worden gedaan;
- Gezondheidsbevordering via vitaliteitsprogramma’s is een optie, maar dan zal gerichte keuze gemaakt moeten worden tussen de diverse programma’s én zal extra inspanning gepleegd moeten worden om vooral de mensen met praktische opleiding en laag inkomen te bereiken. Waarschijnlijk meer gebruik maken van belonen van gezond gedrag.